BSN in de zorg
De gezondheidszorg gebruikt het burgerservicenummer (BSN). Daarmee komt een einde aan de verschillende persoonsnummers die zorgaanbieders nu nog gebruiken.
Voordelen
Het gebruik van het BSN in de zorg biedt een aantal voordelen:
- het vermindert het aantal fouten bij het uitwisselen van patiëntgegevens;
- het voorkomt persoonsverwisseling;
- het maakt declareren eenvoudiger;
- het geeft betere bescherming tegen identiteitsfraude;
-
het biedt de mogelijkheid op een betrouwbare en veilige manier patiëntgegevens uit te wisselen via het landelijk elektronisch patiëntendossier (EPD).
Wet gebruik BSN in de zorg
Het gebruik van het BSN in de zorg is geregeld in de Wet gebruik burgerservicenummer in de zorg (Wbsn-z). Deze wet heeft tot doel de kwaliteit van de zorg te verbeteren door betrouwbare gegevensuitwisseling. Op 1 juni 2008 is de wet in werking getreden. Dat betekent dat vanaf die datum het BSN kan worden gebruikt. Hierbij gelden de regels uit de wet. Een jaar later is de zorgaanbieder verplicht om het BSN in zijn administratie op te nemen en te gebruiken bij de uitwisseling van gegevens.
BSN-diensten en UZI-middelen
De BSN-diensten helpen zorgaanbieders bij het opvragen en vastleggen van het BSN in de patiëntenadministratie. Ook ondersteunen ze de zorgaanbieders bij het vaststellen van de identificatie van de patiënt. Iedereen die een UZI-pas of het UZI-servercertificaat heeft, kan deze diensten gebruiken.
Invoering BSN
Het gebruik van het BSN heeft invloed op de werkprocessen en het zorginformatiesysteem. Zo moet het systeem bijvoorbeeld het opvragen en verifiëren van een BSN ondersteunen. En moet het werken met een UZI-middelen mogelijk zijn.
Om u te ondersteunen bij het gebruik van de BSN-diensten is het BSN Zorg Keurmerk ontwikkeld door de SBV-Z.
Voor het werken met UZI-middelen zijn testpassen, een testomgeving en een Software Developer Kit (SDK) beschikbaar via het UZI-register.
