Home > Hoe en wanneer moet een zorgaanbieder of indicatieorgaan de identiteit van een patiënt vaststellen?

Hoe en wanneer moet een zorgaanbieder of indicatieorgaan de identiteit van een patiënt vaststellen?

Bij patiënten waar nog geen behandelrelatie is, moet de identiteit worden vastgesteld aan de hand van een geldig wettelijk identiteitsdocument (identificatieplicht). Dit houdt in dat een zorgaanbieder of indicatieorgaan:

  • controleert of sprake is van een wettelijk identiteitsdocument;
  • controleert of het identiteitsdocument nog niet verlopen is;
  • de patiënt vergelijkt met de foto op het identiteitsdocument.

De aard en het nummer van het identiteitsdocument worden vastgelegd in de administratie.

Bij patiënten waarmee al wel een behandelrelatie is, geldt geen identificatieplicht maar een vergewisplicht. Dat betekent dat de zorgaanbieder of het indicatieorgaan zich van de identiteit van de patiënt moet vergewissen. Bijvoorbeeld door herkenning of door het stellen van controlevragen (geslachtsnaam, voornamen, geboortedatum, postcode en huisnummer van het woonadres). Bij twijfel moet de identiteit van de patiënt alsnog aan de hand van een identiteitsdocument worden vastgesteld.



Meer vragen in 'Burgerservicenummer - Het gebruik van BSN'